Ik was 18 toen ik voor het eerst ging skiën. Ik had natuurlijk al wel eens mensen zien skiën en als ik dat zag, dacht ik: dat kan ik ook. Het zag er van een afstandje best makkelijk uit. Een beetje bochtjes draaien en voor je het weet heb je het onder je knie. Dat viel tegen. Toen ik met die latten van bijna twee meter onder mijn voeten boven aan de berg stond, zag het perspectief er een stuk anders uit. Die latten wilden niet zomaar draaien als ik dat wilde en voor ik het wist lag ik in een vreemde bocht in een berg sneeuw. Mijn skileraar gaf me meteen een advies dat ik de rest van mijn leven heb meegenomen, ook op andere gebieden. De belangrijkste fout die alle beginners namelijk maken is dat ze op zoek naar veiligheid en zekerheid naar de berg toe leunen. Daar is vaste grond en denken we te weten wat er gaat gebeuren. Bij skiën (en veel andere activiteiten) moet je dat juist niet doen. Als je het dal in leunt, krijgen de ski’s grip en kun je ineens alle kanten op, bij voorkeur de kant waar je zelf op wil.

Begrijpelijke impuls

Ik moet altijd aan deze les denken als ik opdrachtgevers hoor die tegen me zeggen dat ze een onderzoek klein willen houden. Daar bedoelen ze dan vaak mee dat er zo weinig mogelijk mensen bij betrokken moeten worden, het onderzoek in een week klaar moet zijn en er vooral niet naar de bredere context gekeken moet worden. Ik begrijp de impuls. Er komt een signaal van een vervelende kwestie binnen je organisatie, je vormt je een eerste beeld van wat er aan de hand is en je wil snel handelen om te zorgen dat het geen enorme toestand wordt. Dat lijkt op het eerste gezicht de veilige route. Als het bijvoorbeeld gaat op een signaal van grensoverschrijdend gedrag, wordt snel HR opgetrommeld, de vertrouwenspersoon wordt erbij gehaald en degene die met het signaal is gekomen wordt gevraagd om het hele verhaal te doen. De beklaagde wordt op het matje geroepen, moet even door het stof, excuses worden gemaakt en iedereen weer gelukkig. Maar is dat wel zo?

Ongewenst gedrag is een patroon, geen incident

Het kan natuurlijk goed gaan, maar vaak is dat dan meer geluk dan wijsheid. Een signaal van ongewenst gedrag is namelijk zelden een directe reactie op een eenmalige gebeurtenis. Vergelijk het met een muis die je door de keuken ziet rennen. Veel mensen roepen dan: bah, een muis! Wat ze vergeten is dat zijn 467 broertjes en zusjes nog achter de muren en tussen de plafonds zitten. Een muis is een gezelschapsdier dat zich meestal verborgen houdt. Dat geldt in de meeste gevallen ook voor ongewenste gedragingen. Als er een signaal over ongewenst gedrag wordt afgegeven, is er in negen van de tien gevallen meer aan de hand. Een melding is er een teken van dat de maat vol is, het is de druppel die de emmer doet overlopen.

Doet een snelle actie op basis van de beperkte beelden dan recht aan de situatie? Ik denk het niet. Los daarvan, de ergste crisis is de crisis waarvan je ten onrechte denkt dat je hem onder controle hebt. Onder een gevoel van schijnveiligheid ontstaat een enorm risico dat de melder zich niet serieus genomen voelt. De beklaagde krijgt in tweede instantie het gevoel dat hij er makkelijk mee weg komt en gaat denken dat het allemaal wel meeviel. En zijn omgeving tenslotte – die mogelijk al veel langer last van hem heeft – raakt in grote onzekerheid wat dit voor hen betekent. In de praktijk blijken dat de buitengewoon succesvolle ingrediënten voor een explosieve situatie.

Behandel een signaal van ongewenst gedrag als een crisis

Hoe moet het dan wel? Je kunt toch niet iedere oprisping van ongewenste omgangsvormen gaan opschalen tot een ramp van nationale omvang? Hier begint de eerste misvatting. Uitgaan van een mogelijk ongunstig scenario betekent niet dat je meteen de zandzakken voor de deur moet leggen. Het betekent wel dat je eerst moet nadenken over een zorgvuldige en duidelijke aanpak en moet zorgen dat je in een voor alle betrokkenen veilige omgeving terechtkomt.  Binnen zo’n omgeving kan worden uitgezocht: wat is er nou precies gebeurd? Hoe heeft men dat ervaren? Wat was de intentie daarachter? Hoe geloofwaardig is dat, gezien de context? Allemaal vragen die aan bod komen voordat men zich een oordeel kan vallen wat er nou precies gebeurd is, en al helemaal voordat er kan worden overgegaan tot actie.

Dat hoeft echt niet altijd opgetuigd te worden tot een meerjarenproject, maar het dient wel in een duidelijke setting plaats te vinden, waar alle spelers hun rol kennen. De melder neemt eigenaarschap voor zijn of haar melding, de beklaagde treedt deze melding open tegemoet en legt verantwoording af, de opdrachtgever houdt afstand en bewaakt de veiligheid, en de onderzoeker zorgt voor een solide onderzoeksomgeving, waarin alle feiten, omstandigheden, intenties en percepties op een evenwichtige manier aan bod komen. Op die manier is er een kans op een uitkomst waar alle betrokkenen achter kunnen staan en loop je niet steeds achter de feiten aan. Kortom, laat de berg van schijnveiligheid los en duik het dal in om grip te krijgen. Dat is de enige manier om het echt klein te houden.

1 reactie

  1. Loes Quik op 27 februari 2021 om 19:52

    Duidelijke weergave van reacties. Zoals ik bij kennismaking bij een nieuwe opdrachtgever aangeef: ” ik geef gevraagd en ongevraagd advies en bij een halfjaarlijkse evaluatie probeer ik de rode draad te vinden en aan te geven”.